Op het ogenblik dat op die Witte Donderdag de misdienaar het Gloria van de hoogmis inbelde, vloog het parochieklokske zijn toren uit, naar Rome. 't Was de eerste maal dat het meemocht. Maar alhoewel het een klein, jong, onnozel klokje was, het was een slim klokje, en heimelijk had het nieuws gezonden naar de klok van Vlimmeren (zover kon het zien vanuit zijn toren over de hei) . Het had afgesproken om op tijd in Vlimmeren te zijn om vandaar samen met de klokken van de omstreken verder te reizen naar Mechelen.
En zo ging het nu , glijdend over de hei en vennen en mastebossen naar Vlimmeren. En van Vlimmeren een resem klokken te samen : Kasterlee, Tielen, Poederlee en andere, naar Herentals, Lier en Mechelen !
Toen ze te Mechelen geraakten zat het dak van de Sint-Romboutskerk reeds vol klokken lijk trekvogels. Van over het hele bisdom waren ze hier samen gekomen voor de grote bedevaart: Sint-Goedele van Brussel, O.-L.-Vrouw van Antwerpen, Sint-Pieter van Leuven, Sint-Pieter van Turnhout, Sint-Gummarus van Lier en honderden anderen; weggefladderd uit allerlei torens, afgevaardigd uit alle parochies, allemaal gereed voor de reis naar Rome. Een klok ontbrak nog : de Sint-Rombouts... Maar alle klokken en klokjes wachtten zo vroom en zo geduldig dat ze dan uiteindelijk toch kwam, ja, met een purperen strikje om de hals.
"Zijn we er allen ?" vroeg ze met haar schoon-zware stem en ze keek nog eens over de vergadering. "Welaan dan! In Nomine Domini. Dat was het sein. Vooruit nu... Sint-Rombouts op kop, met Sint-Goedele links en O.-L.-Vrouw rechts. Ze wentelden in de blauwe koepel ; draaiden en tuimelden en gonsden lijk bijen. De klokken trokken zuidwaarts, langs nieuwe grenzen en nieuwe landen.
"Stilte ! Stilte! " beval eindelijk de klok van Sint-Rombouts. " Daar ligt Rome! Ave Roma! Gegroet, o Rome!"
Al driemaal had Zijne Heiligheid de paus die morgen aan de kamerdienaar gevraagd :" Maar zijn de klokken van de Kempen nog niet hier ?" En de derde maal antwoordde de kamerdienaar : "Daar zijn ze!"
De paus, gans in het wit gekleed en begeleid door zijn kardinalen daalde neer in de hoven van het Vatikaan en wreef de handen van blijdschap. Al de klokken groetten hem. De paus, altijd glimlachend, wist een woordje voor elk. Hoe het ging, hoe de reis verlopen was, en of er goed nieuws was op de parochies.
"En wie ben jij?" vroeg hij een stap verder.
"'t Klokse van Zevendonk, mijnheer Pastor... mijnheer de Paus."
"Zevendonk... Zevendonk"... en de paus herhaalde het woord, en toen met een blijde trilling in zijn stem: "Weet je wat dat betekent, Zevendonk?" De heilige vader dacht een ogenblik diep na en sprak : " Donk betekent misschien een hoogte tussen moerassig land en Zeven-donk zou dus betekenen : parochie op zeven hoogten midden hei en laagten en moerassig land. Net lijk Rome, want ook Rome is gebouwd op zeven heuvelen. Rome en Zevendonk! Lijk Rome een groot Zevendonk is, zo is Zevendonk een klein Rome!"
"En hoe is't met mijnheer pastoor?"
"Goed, mijnheer... Heilige Vader... een beetje oud... maar goed... goed, merci."
"Zevendonk, ik zou ze doodgaarne eens bezoeken, maar het kan niet..." En het ware precies of hij een beetje bedroefd was omdat het niet kon...
(vrij verteld naar het verhaal van E. Fleerackers)
Sint-Pietersinstituut afd. Zevendonk | Kapelweg 56 | 2300 Turnhout